Voordeel van kleinschaligheid

In de historie zien we de pendule tussen kleinschaligheid en grootschaligheid altijd heen en weer bewegen. Nieuwe ontwikkelingen beginnen kleinschalig. Maar als een ontwikkeling consolideert, is schaalvergroting nodig om efficiency te realiseren. We hebben dat gezien bij de cloud ontwikkeling: hoe meer gebruikers van hetzelfde platform gebruik kunnen maken, hoe sneller, goedkoper en beter de dienst werd. De snelle ontwikkeling van edge-computing, dataprocessing aan de randen van onze infrastructuur soms ook IoT genoemd, maakt duidelijk dat ‘klein’ een duidelijk voordeel heeft voor waar we de ‘edge’ voor gaan gebruiken: snelheid aan de rand van grote infrastructuren. De uitdaging van ‘edge-computing’ is ook weer efficiency zoeken in de vorm van grootschaligheid van op zich fysiek kleine oplossingen.

De kracht van de zwerm
Onder de titel ‘de kracht van de zwerm’ heeft Jaap van Ginneken een boek geschreven over zelfsturing waar hij een vergelijking trekt met organisatievormen van dieren. Denk aan een school vissen, een zwerm vogels, een kudde of roedel dieren. Elk individu leeft zelfstandig maar als geheel is hun overlevingskans veel groter dan als eenling. Daarnaast kan de grote groep de wendbaarheid hebben van de afzonderlijke kleine deelnemers. Een lichtvoetigheid als groep die we ook nastreven in al onze agile benaderingen.

In genoemd boek gaat schrijver in op zelfsturing in organisaties. Zijn de beginselen van zelfsturing terug te vinden in het waarom van zwermen vogels? Grote groepen die schijnbaar probleemloos samenleven en – belangrijker – samenwerken zoals bij mierenhopen en in bijenvolken. Hij beschrijft hoe het kudde-instinct ook bij de mens aanwezig is, denk aan het filerijden waar we samen probleemloos als één grote kudde, onze auto’s afremmen, samenvoegen en weer versnellen. Hij vraagt zich af of met de ontwikkelingen van het wereldwijde web 2.0 nieuwe mogelijkheden ontstaan voor zelforganisatie. Waarin we als georganiseerde zwermen over het internet vliegen en schijnbaar probleemloos samenwerken.

Ecosystemen
Na de industriële grootschaligheid van de afgelopen vijftig jaar lijkt een nieuwe kleinschaligheid door te breken. Net zoals de voorloper van fabrieken, is door de digitalisering steeds meer thuisarbeid mogelijk. Denk aan kleinschalige 3D-printtechnieken die flexibele en kleinschalige industrie mogelijk maken. Ook de komst van ‘verticale landbouw’ maakt op het gebied van voedselvoorziening kleinschalige toepassingen mogelijk in lokale fabrieken, kantoren of zelfs winkels.

Deze ontwikkeling van kleinschaligheid maakt ten minste één wereldwijde uitdaging een stuk kleiner: het beter ter plekke kunnen produceren van goederen die we daar gelijk gebruiken of consumeren. Als we één ding van de coronacrisis hebben geleerd, is het wel dat we veel te veel goederen over onze aarde heen en weer sjouwen. Ten koste van veel inspanning, energie, organisatie en – last but not least – vervuiling en milieu-impact. Dus als we die kleinschaligheid ‘grootschalig’ kunnen inzetten, hebben we een mooi vertrekpunt voor onze volgende economische opleving. De digitalisering maakt het mogelijk al die kleine zelfstandige, individuele productie-eenheden in deze lichtvoetige ecosystemen te (her-) kennen, te volgen en zo nodig efficiënt aan te sturen.

Gekoppelde ecosystemen
In eerdere blogs stelde ik dat onze digitale wereld alleen maar kan bestaan, omdat we een fysieke wereld hebben. Computers, data-opslag en netwerken worden gemaakt met silicium en allerhande aardse metalen die de planeet ons geeft. Zonder fysieke wereld geen digitale wereld. Maar, het mooie is dat we weliswaar één fysieke wereld hebben – waar we dan ook donders zuinig op moeten zijn – maar dat we tientallen, honderden zo niet duizenden digitale werelden kunnen bouwen en onderhouden. Elke virtuele wereld is er één van vele: als fysieke mens kunnen we in die balans gelijktijdig in vele virtuele werelden leven.

Dat is de kracht van digitalisering, zeker als we met elkaar veel kleinschaligere toepassingen gaan gebruiken. Net als zwermen vogels worden die ecosystemen dan net zo wendbaar als elke individuele deelnemer. Lichtvoetig en gericht op het eigen zijn en welzijn in kleinere groepen of gemeenschappen. Noem het roedels, kuddes, zwermen of scholen, in die kleinschaligheid is grootschaligheid binnen handbereik. Immers virtueel kunnen we elk ecosysteem koppelen met net zoveel andere ecosystemen als we moeten of willen. Kleinschaligheid in grootschaligheid, maar omdat we het digitaal kunnen doen levert dat uiteindelijk een veel kleinere voetprint op onze enige fysieke aarde op.

Cloud-, fog- en mistcomputing
Edge-computing is een belangrijke ontwikkeling in het creëren van kleinschaligheid in de grootschaligheid van de cloud. Kleine IT-platformen die vallen onder de generieke cloud definities zoals de NIST die het over mist, fog en cloud computing geeft. Mistcomputing dat wij ‘nevel-computing’ zouden noemen, is de verzameling van al die verspreide kleine procesverwerking die we ook wel het internet van mensen en dingen noemen. Miljarden mensen en dingen zijn constant aan de rand van onze infrastructuur bezig te communiceren met die infrastructuur. Dat kunnen grote cloudomgevingen zijn maar dat kan ook simpel peer-to-peer communicatie zijn.

De NIST-term fogcomputing zouden we in het Nederlands mist-computing kunnen noemen, een cloud die zo laag hangt, dat het mistig is geworden. De NIST stelt dat fogcomputing de schakel is tussen al die verspreide mistcomputing en centrale cloudcomputing. Juist op het gebied waar de cloud de fysieke aarde raakt – fogcomputing dus – vindt ook de mens-machine relatie plaats. De plek waar we kijken wat actueel gebeurt aan de edge, terwijl wij vanuit deep-learning kennis en ervaring uit de met veel data gevulde centrale clouds gebruiken om te begrijpen wat zou kúnnen gebeuren. De actualiteit (realtime) mengen met de verzamelde ervaring en algoritmen (Big Data). Dat wat we men-machine-computing kunnen noemen. De zelfrijdende auto die continu zijn omgeving scant, vanuit de centrale cloud de basisalgoritmen van de auto heeft ontvangen en via het head-up display communiceert met de chauffeur.

Klein is fijn
De pendule is zonder twijfel weer de kant van kleinschaligheid op aan het gaan. Ik heb daar eerder blogs overgeschreven, zoals ‘transformatie tegen wil en dank’ en ‘deglobalisatie, ook voor het internet’ waarin wereldwijd een decentraliserende beweging is te herkennen. Niet alleen in handelsrelaties en protectionisme, maar ook op het gebied van dataprotectie, gesloten internetten en cybersecurity.

Het opkomende thuiswerken, samen met lokale huisnijverheid en voedselproductie, is een interessante ontwikkeling voor onze na-corona tijd. We hebben geleerd dat we digitaal ook thuis veel dingen kunnen doen. Dat we met minder reizen ook goed kunnen samenwerken. Onze werktijd efficiënter en dús productiever kunnen inzetten. Finland denkt al na over een kortere werkweek. Ik schreef al eerder over: het einde van de 9 – 5 job? Vorige nieuwe golven van economische groei begonnen grappig genoeg ook vaak met werktijdverkorting. Ben benieuwd of de geschiedenis zich herhaald . . .

Photo by Daan Mooij on Unsplash