2026 – De terugkeer naar ‘Realpolitik’

English version: scroll down

Toen ik lang geleden in Delft mijn studie Elektrotechniek begon, zei de hoogleraar bij het eerste college iets, dat me altijd is bijgebleven.“Jullie gaan iets bestuderen dat jullie nooit zullen zien of aanraken: elektronen. Wonderhulpjes voor de mens.” 

Zijn tweede opmerking was minstens zo helder: “Ondanks dat we ze niet kunnen zien, kunnen we ze wiskundig perfect beschrijven. Dus wie wiskunde lastig vindt, kan beter een andere studie kiezen.”

Het bleek geen loos advies. Van de vierhonderd eerstejaars haalden honderdtwintig de eindstreep. Maar in die paar zinnen lag ook besloten hoe onze natuur functioneert: veel zaken kun je niet zien, maar ze kennen wel een ijzeren logica waar je niet aan voorbij kunt gaan. Onze moderne beschaving drijft op het vermogen om energie te verplaatsen, informatie te verwerken en die kleine natuurkundige bouwstenen te temmen. Maar je moet wel de – vaak abstracte – kennis hebben om ze goed voor je aan het werk te zetten. Anders kun je beter een ander vak kiezen. 

Energie, chemie en data

Hoe waar waren die woorden, ruim vijftig jaar geleden uitgesproken. Waar zouden we als maatschappij zijn zonder een ‘getemd elektron’ – en zonder het vermogen zijn gedrag te sturen?

Onze natuur en dus ook de mensheid, is gebaseerd op elektronen:
– in chemie, die spijsvertering, voedselproductie en energieomzetting mogelijk maakt;
– in energie, die warmte, spierkracht en beweging levert;
– en in data, die in DNA, netwerken en computers informatie, inzicht en voortplanting organiseert.

Met energie bewegen we ons voort, denken we, bouwen we. Via data geven we structuur aan wat ons omringt. Denkvermogen dat betekenis geeft aan waarneming en ervaring. Niet voor niets vormen wiskunde en natuurwetenschappen de basis van elke ingenieursopleiding, aangevuld met kernvakken zoals mechanica, materiaalkunde, thermodynamica, elektronica en programmeren. Mijn oude afdeling Elektrotechniek ging later op in een faculteit die het eigenlijk al zei zoals het is: ‘Elektrotechniek, Wiskunde én Informatica’.

Hoe beter we energie, chemie en data begrijpen, beheersen en betaalbaar beschikbaar hebben, hoe beter we onze maatschappij kunnen inrichten en laten bloeien. Dat is geen ideologie. Dat is natuurkunde. Met strakke natuurwetten die onveranderlijk zijn. Zelfs voor de politiek.

De drie fundamenten van een gezonde economie

Elke ingenieur begrijpt dat voor een gezonde economie je deze drie zaken op orde moet hebben:

  • voldoende, betaalbare en 24/7 beschikbare energie,
  • chemie als basis voor voedsel, materialen en industrie,
  • en goed georganiseerde data, ondersteund door voldoende rekenvermogen.

Die wijsheid is niet nieuw. Onze voorouders begrepen dit al. Via uitvindingen, ketens en innovaties bouwden zij welvaart op. Soms ontspoord in oorlog of roofbouw, maar telkens weer herstellend zodra de gevolgen van verkeerde keuzes onontkoombaar werden. Geschiedenis is geen rechte lijn omhoog. Het is een golfbeweging van een steeds opnieuw bouwende samenleving. Zelfs na de grootste verwoesting of domste roofbouw of verwaarlozing.

Het einde van een tijdperk?

Na de verwoesting van de Tweede Wereldoorlog bouwden we, met nieuwe beschikbare techniek, wederom onze maatschappij en economie op. Maar na elke periode van bloei volgt gemakzucht. Wat ooit bijzonder was, wordt vanzelfsprekend. Wat onderhoud vraagt, wordt uitgesteld, want onderhoud levert geen applaus en geen verkiezingsoverwinningen op. We willen alleen nog leuke dingen, zonder ons zorgen te maken over de nadelen, de mogelijke consequenties en de onlogica.

We willen wel de toppresterende atleet, maar liever niet zijn zweet.
Wel de schone energie, maar niet het probleem van het afval.
Wel een overvloed aan voedsel, maar niet de geur van mest.

En zo gooiden we afgelopen decennium het kind met het badwater weg. Want zonder zweet geen prestatie. Zonder streng afvalbeheer geen schone energie. En zonder mest niet voldoende voedsel. Alles heeft een prijs. Ook vooruitgang. Dat zijn nu eenmaal de ijzeren wetten van de natuur. 

Een nieuw kantelpunt

De westerse wereld staat tachtig jaar later weer op een kantelpunt. Na de periode van grote groei volgde de verwaarlozing en zelfs een stuk verdwazing. Welvaart werd virtueel en om vooruitgang te suggereren, gingen we meer lenen dan verstandig was en zochten we naar abstracte vijanden. 

Na de financiële crisis van 2008 en honderden miljarden verlies, werd het klimaat zo’n ongrijpbare tegenstander. Niet omdat het onderwerp onbelangrijk is, maar omdat het werd ingezet als moreel frame om economische realiteit te maskeren. Met de inmiddels verspilde honderden miljarden aan slecht doordachte maatregelen, is onze productieve basis niet sterker, maar zwakker geworden. 

Gelukkig groeit het besef dat deze weg weinig meerwaarde oplevert. Dat morele verontwaardiging geen energie opwekt, geen kunstmest produceert en geen datacenters voedt. En dus in plaats van welvaart, armoede genereert. We noemen het ‘energie-armoede’ maar de energierekening is tegenwoordig een belastingaanslag geworden; 75% van de rekening zijn irrationele belastingen. 

Bouwers en toeschouwers

Hier raakt het debat aan iets fundamentelers.

Elke samenleving rust op mensen die bouwen, onderhouden en produceren. Dat zijn de mensen die dagelijks de onderste lagen van Maslow in stand houden: voedsel, energie, veiligheid, infrastructuur. Of zij nu links of rechts stemmen, SP of PVV — zij vormen het fundament van onze economie en samenleving. Zij bepalen of er straks iets te verdelen valt. 

Tegelijkertijd is er een groeiende groep die vrijwel uitsluitend opereert in de bovenste lagen van die piramide: waardering, zelfrespect en zelfontplooiing. Vaak zonder directe ervaring met wat het kost om de basis zoals een gezin, draaiende te houden. En daar een inhoudelijke bijdrage aan te leveren. 

Het probleem ontstaat wanneer degenen die bovenin de piramide opereren, vergeten dat hun positie mogelijk wordt gemaakt door hard, vaak onzichtbaar werk daaronder. Zonder bouwers geen beschouwers. Zonder fundament geen verheven idealen. Zonder zweet, afval en mest geen groei.

Hoe snel de wereld werkelijk kan kantelen

Wie denkt dat grote maatschappelijke omwentelingen zich alleen over generaties voltrekken, onderschat de snelheid waarmee de geschiedenis soms beweegt. Neem de periode tussen 1938 en 1948. In 1938 leek Europa zich op een onafwendbare glijbaan naar afgrond en barbarij te bevinden: totalitaire ideologieën, beperking vrije meningsuiting, angstcreatie, oorlogsdreiging en techniek vooral ingezet voor kracht en vernietiging.

Tien jaar later was de wereld fundamenteel veranderd. Niet omdat de schade gering was — integendeel — maar omdat juist de confrontatie met die afgrond leidde tot nieuwe instituties en nieuwe richting. De Verenigde Naties, de NATO, de eerste stappen naar Europese samenwerking en een heroriëntatie van techniek als instrument voor wederopbouw en vooruitgang.

Het besef dat snelle veranderingen mogelijk zijn, ontbreekt vaak in hedendaagse discussies. Veel mensen die na de jaren zestig zijn geboren, hebben in hun leven nooit zo’n abrupte maatschappelijk én economische systeemomslag meegemaakt. Voor hen voelt verandering traag, log en langzaam. Het gaat immers al zo lang goed. Maar de geschiedenis laat iets anders zien: wanneer fundamenten écht worden herzien, kan binnen tien jaar meer veranderen dan in de veertig jaar daarvoor.

Voorbij de winter — vooruitkijken naar 2035 en verder

Toch eindigt mijn analyse niet somber. Geschiedenis laat ook iets anders zien: de wal keert altijd ééns het dolende schip en na elke periode van onbedoeld verval volgt altijd herstel. Dromen en ethische doelstellingen verdwijnen en ‘Realpolitik’ keert terug. Een politieke benadering gebaseerd op pragmatisme, macht en nationale belangen in plaats van op ideologie, moraliteit of ethiek. Een nieuw streven naar tastbare resultaten door realistische, vaak compromisvolle, afwegingen. Het is de “politiek van het reëel mogelijke“, waarbij de macht van volk, staat en landsbelang centraal staan. 

De jaren 2026 tot 2035 – mogelijk zelfs tot 2040 – zullen in het teken staan deze ‘Realpolitik’ en dus van herstel, herpositionering en heropbouw, omdat we veel tijd – en vooral rijkdom – hebben verloren. Immers wie een verkeerde afslag neemt, moet eerst – geïrriteerd – terugrijden voordat de juiste route weer zichtbaar wordt en we – intussen achterliggend – kunnen aansluiten bij het peloton. Dat kost veel negatieve energie en geduld voordat we ons weer kunnen opwerken naar de kopgroep waar we vroeger onderdeel van waren. 

Pragmatisch Leiderschap

‘Realpolitik’ vraagt leiderschap dat verder kijkt dan vier jaar. Beleid om op noodzakelijke, realistische manier vrede en stabiliteit te handhaven en te sterke ethische overwegingen te negeren. Beleid dat durft te investeren in vaak onzichtbare energie-infrastructuur, chemische ketens en data-ecosystemen, wetend dat de opbrengst pas later zichtbaar wordt. 

Industrie die weer zekerheid krijgt over energieprijzen en vergunningen, zodat investeren zinvol wordt. En een samenleving die accepteert dat duurzame welvaart niet ontstaat uit symboliek, snelle cadeautjes en belastingverhoging, maar uit consistent bouwen, onderhouden en verbeteren. Duurzaamheid bouw je niet in een achternamiddag. Dat vraagt decennia van hard werken en afzien. 

En vraagt ook iets van onze politieke cultuur. Minder theater, minder permanente campagne, meer uitleg en duiding. Mensen begrijpen meer dan vaak wordt aangenomen, mits ze serieus worden genomen. Langetermijnvisie wordt zelden direct beloond, maar uiteindelijk wel herkend — zelfs wanneer de politiek eerdere verkeerde keuzes nog steeds moeilijk blijkt toe te willen geven.

Zoals ik vorige week in mijn kerstbeschouwing schreef: na elke winter volgt weer pril de lente en uiteindelijke de heerlijke zomer. Niet vanzelf, maar omdat mensen opnieuw kiezen om te zaaien en te bouwen in plaats van te consumeren. Om te verbinden in plaats van te verdelen en – last but not least – onderhoud en instandhouding weer te zien als investering in plaats van last. Vernieuwen met behoud van het goede. 

De toekomst vraagt geen utopie.
Ze vraagt rust, richting en vakmanschap.
En die zijn er — meer en vaker dan we denken.

Photo by Emilio Sánchez Hernández

—————————— Translated by Chat GPT ——————————

2026: The Return of Pragmatic Realpolitik

When I began my studies in Electrical Engineering in Delft many years ago, the professor opened the very first lecture with a remark that has stayed with me ever since.
“You are about to study something you will never see or touch: electrons — miracle helpers of mankind.”

His second remark was just as clear:
“Even though we cannot see them, we can describe them perfectly using mathematics. So if you struggle with mathematics, you would be better off choosing another field.”

This turned out not to be idle advice. Of the four hundred first-year students, only about one hundred and twenty eventually made it to graduation. But in those few sentences lay something more fundamental: a description of how nature itself works. Many things cannot be seen, yet they obey an iron logic that cannot be ignored. Our modern civilization rests on the ability to move energy, process information, and tame the smallest physical building blocks of nature. But to put them to work properly, one must possess the — often abstract — knowledge to do so. Without that, it is wiser to choose another profession.

Energy, Chemistry and Data

How true those words were, spoken more than fifty years ago. Where would we be as a society without the “tamed electron” — and without the ability to control its behavior?

Nature itself, and thus humanity, is built on electrons:
– in chemistry, which enables digestion, food production and energy conversion;
– in energy, which provides heat, muscle power and motion;
– and in data, which — in DNA, networks and computers — organizes information, insight and reproduction.

With energy we move, think and build. Through data we give structure to the world around us — cognition that assigns meaning to perception and experience. It is no coincidence that mathematics and the natural sciences form the foundation of every engineering education, supplemented by core disciplines such as mechanics, materials science, thermodynamics, electronics and programming. My former Department of Electrical Engineering later became part of a faculty whose name says it exactly as it is: Electrical Engineering, Mathematics and Computer Science.

The better we understand, master and make affordable energy, chemistry and data, the better we can organize society and allow it to flourish. This is not ideology. It is physics — governed by strict natural laws that do not bend. Not even for politics.

The Three Foundations of a Healthy Economy

Every engineer understands that a healthy economy requires three fundamentals to be in order:
– sufficient, affordable, 24/7 available energy;
– chemistry as the basis for food, materials and industry;
– and well-organized data, supported by adequate computing power.

This insight is not new. Our ancestors understood it well. Through inventions, value chains and innovation, they built prosperity. Sometimes this progress derailed into war or exploitation, but time and again recovery followed once the consequences of poor decisions became unavoidable. History is not a straight upward line; it is a wave motion of societies rebuilding themselves over and over again — even after the greatest destruction, the most reckless exploitation, or prolonged neglect.

The End of an Era?

After the devastation of the Second World War, newly available technologies once again enabled the reconstruction of our society and economy. But every period of prosperity is followed by complacency. What was once exceptional becomes taken for granted. Maintenance is postponed, because maintenance brings no applause and wins no elections. We want only the pleasant outcomes, without concern for downsides, consequences or internal contradictions.

We want the elite athlete — but not the sweat.
Clean energy — but not the waste problem.
Abundant food — but not the smell of manure.

And so, in the past decade, we threw the baby out with the bathwater. Because without sweat there is no performance. Without strict waste management there is no clean energy. And without manure there is no sufficient food production. Everything has a price — including progress. These are the iron laws of nature.

A New Turning Point

Eighty years later, the Western world once again stands at a turning point. After a period of strong growth came neglect and even a degree of collective confusion. Prosperity became virtual. To suggest continued progress, we borrowed more than was prudent and searched for abstract enemies.

After the financial crisis of 2008 and hundreds of billions in losses, climate became such an elusive opponent. Not because the subject lacks importance, but because it was used as a moral framework to obscure economic reality. Hundreds of billions were spent on poorly conceived measures, leaving our productive base weaker rather than stronger.

Fortunately, awareness is growing that this path yields little real value. Moral indignation produces no energy, no fertilizer and powers no data centers — and therefore generates poverty rather than prosperity. We call it “energy poverty,” yet today the energy bill has effectively become a tax assessment: roughly 75% consists of irrational levies.

Builders and Spectators

This brings the debate to something more fundamental.

Every society rests on people who build, maintain and produce. They sustain the lower layers of Maslow’s hierarchy every single day: food, energy, safety, infrastructure. Whether they vote left or right, SP or PVV, is secondary — they form the foundation of both our economy and our society. They determine whether there will be anything left to distribute tomorrow.

At the same time, a growing group operates almost exclusively in the upper layers of the pyramid: recognition, self-esteem and self-actualization — often without direct experience of what it takes to keep the basics, such as a household, running. Or to make a substantive contribution to them.

The problem arises when those at the top of the pyramid forget that their position is made possible by hard, often invisible work beneath them. Without builders, no observers. Without foundations, no elevated ideals. Without sweat, waste and manure, no growth.

How Fast the World Can Truly Shift

Those who believe that major societal transformations take generations underestimate the speed at which history sometimes moves. Consider the period from 1938 to 1948. In 1938, Europe appeared to be sliding inexorably toward the abyss: totalitarian ideologies, restrictions on free expression, fear-based governance, the threat of war, and technology primarily deployed for power and destruction.

Ten years later, the world was fundamentally different. Not because the damage was small — quite the opposite — but because confronting the abyss led to new institutions and a new direction: the United Nations, NATO, the first steps toward European cooperation, and a reorientation of technology toward reconstruction and progress.

The realization that rapid change is possible is often missing from today’s debates. Many born after the 1960s have never experienced such an abrupt societal and economic system shift. To them, change feels slow, cumbersome and incremental. After all, things have been “fine” for a long time. Yet history tells a different story: when foundations are truly reconsidered, more can change in ten years than in the preceding forty.

Beyond the Winter — Looking Toward 2035 and Beyond

Yet my analysis does not end on a gloomy note. History also shows something else: eventually, the shore always turns the drifting ship, and after every period of unintended decline comes recovery. Dreams and moral abstractions fade, and Realpolitik returns — a political approach grounded in pragmatism, power and national interest rather than ideology, morality or ethical posturing. A renewed focus on tangible results through realistic, often compromise-driven choices: the politics of the feasible.

The years from 2026 to 2035 — possibly even to 2040 — will be shaped by this Realpolitik, and therefore by recovery, repositioning and reconstruction. We have lost much time — and even more wealth. Anyone who takes a wrong turn must first drive back, often irritated, before the correct route becomes visible again and rejoining the pack is possible. That costs energy — often negative energy — and patience, before one can once again move toward the front.

Pragmatic Leadership

Realpolitik requires leadership that looks beyond four-year terms. Policies that preserve peace and stability in necessary, realistic ways, even when strong ethical preferences must be set aside. Policies that dare to invest in largely invisible energy infrastructure, chemical value chains and data ecosystems, knowing that returns will only become visible later.

Industry must regain certainty — about energy prices and permitting — so that investment once again makes sense. And society must accept that lasting prosperity does not arise from symbolism or quick giveaways, but from consistent building, maintenance and improvement. Sustainability is not achieved in an afternoon; it requires decades of disciplined effort.

This also demands a shift in political culture: less theater, fewer permanent campaigns, more explanation and interpretation. People understand far more than is often assumed — provided they are taken seriously. Long-term vision is rarely rewarded immediately, but it is eventually recognized, even when political actors struggle to acknowledge earlier mistakes.

As I wrote in my Christmas reflection: after every winter, spring cautiously returns, followed by the warmth of summer. Not automatically, but because people choose once again to build rather than consume, to connect rather than divide, and to see maintenance and continuity as investments rather than burdens.

The future does not ask for utopia.
It asks for calm, direction and craftsmanship.
And those are present — far more often than we tend to think.

#data #energy #industry #craftsmanship #longtermvision #futureexploration